Tien jaar Rumah Melati (onze extramurale locatie in Almere) was een mooie aanleiding om eens in de geschiedenis van Stichting Nusantara zorg te duiken.
Maar wie o wie kon ik daarvoor benaderen?
De eerste die op mijn netvlies verscheen: Hannie vd Pol.
Hannie werkt al sinds dag één bij wat nu Stichting Nusantara zorg is.
Dit jaar zijn wij al achttien jaar officieel een Stichting, die zich inzet om mensen met een verleden in Nederlands-Indië de beste zorg te bieden op cultuurspecifieke wijze.
Rumah saya in Ugchelen en Patria in Bussum zijn 18 jaar geleden onder de noemer: Stichting Nusantara zorg haast tegelijkertijd opgestart.

“Hannie vertel eens, wat zijn jouw ervaringen met onze stichting?”

Ik werk nu al ruim 17 jaar voor de Stichting hier in Bussum. Maar mijn verleden met dit gebouw gaat veel verder terug.
Voordat Patria (Indisch verzorgingstehuis die in Baarn gevestigd was) hier naartoe verhuisde was dit een Joods verzorgingstehuis.
Daar heb ik ook ruim achttien jaar gewerkt.
Op een gegeven moment zou het Joods tehuis gaan verbouwen en was er veel rumoer gaande. Van de één op de andere dag kreeg het personeel te horen dat ze ermee gingen stoppen en was iedereen heel plotseling ontslagen.
Dat had een grote impact.
Er was in die tijd veel te doen omtrent Israël, het besluit om te stoppen met de organisatie en de huidige bewoners ergens anders onder te brengen werd toen genomen.

Ik ben er tot de allerlaatste dag gebleven.
Ik heb de Joodse mensen zelfs nog begeleid naar hun nieuwe onderkomen.
Een voor een werden ze overgeplaatst en bij sommige bleef ik een nachtje slapen zodat de overgang niet zo groot was voor ze.
Op mijn laatste werkdag achter de receptie kwamen de nieuwe eigenaren langs om het gebouw te bezichtigen.
Ik heb ze toen uitleg gegeven en rondgeleid.
Vlak daarna werd ik gebeld of ik bereid was om bij de overplaatsing van de nieuwe Indische bewoners te zijn omdat ik het gebouw zo goed kende.
Ik heb dat toen gedaan, het zou in de eerste instantie tijdelijk zijn. Toen viel er een collega van Patria uit en ben ik gevraagd om te blijven.
In het begin achter de receptie en om de bewoners te helpen met acclimatiseren.
Al snel voelde ik me erg thuis bij de mensen. Ik had in mijn vriendenkring ook ontzettend veel Molukse en Indische vrienden, waardoor de cultuur mij niet vreemd was en het heel eigen aanvoelde.

Hoe groot de overgang was voor de Joodse mensen, des te groter was de overgang voor de Indische bewoners.
Van wat ik hoorde was het op Patria in Baarn heel gemoedelijk en overzichtelijk, het gebouw bestond maar uit twee verdiepingen.
Bij binnenkomst kwam je Jacco de papegaai tegen, de bewoners voelden zich daar heel erg senang.
Dat was hier in dit gebouw natuurlijk heel anders in het begin.
Het gebouw telt 10 verdiepingen die bereikbaar zijn met een lift.
Daar moesten de mensen ontzettend aan wennen.
Ook het feit dat de kamers zo groot waren. Hier hadden ze een ruime woonkamer en een aparte slaapkamer tot hun beschikking.
Met als gevolg dat ze zich niet zo veilig voelden in hun eigen domein.
Ik heb gemerkt dat klein en knus juist overzichtelijker is in de Indische cultuur.
Er waren zelfs bewoners die ervoor kozen om op de bank in hun huiskamer te slapen en ze lieten de slaapkamer maar een beetje voor wat het was.

Dat had in het begin veel begeleiding nodig. We stimuleerden de mensen om van hun kamer af te komen en naar beneden te gaan zodat we gezellige dingen konden doen in de gezamenlijke tuinzaal.
Langzamerhand begonnen ze zich meer thuis te voelen, wat steeds meer ten goede kwam aan de sfeer in huis.

Op een dag kwam het hoofd van facilitair naar me toe met de vraag of ik een dag voor onze vrijwilligers wilde organiseren, we hadden er toen acht.
Dat leek me heel erg leuk!
Van het een kwam het ander, ik ben me meer bezig gaan houden met de inzet en activiteiten van de vrijwilligers.
Na een tijdje werd mij ook gevraagd of ik facilitair wilde ondersteunen en ben ik ook als teamleider facilitair te werk gegaan.
Ik heb in beide functies jarenlang met heel veel plezier gewerkt, dat is waarschijnlijk ook de reden dat ik nog niet weg ben, ook al mag ik al een tijd met pensioen.

Ik kan de bewoners nog niet missen…

Tien jaar geleden zijn we in Almere gestart met een extramurale locatie: Rumah Melati.
Almere werd gezien als een stad die veel culturele identiteiten bezat, naast de Indische en Molukse gemeenschap was hier ook een grote Javaans-Surinaamse gemeenschap.
Dat bood perspectief.
En extramuraal (lees: thuiszorg) zou ook een belangrijke essentie worden in de toekomst van de zorg.
De overheid hamert erop dat de mensen zo lang mogelijk thuis blijven wonen en dat kan in deze setting heel goed.
Woningcorporatie de Alliantie was bezig om een wooncomplex te bouwen, de zogenoemde 55 plus woningen in Almere-buiten.
Stichting Nusantara zorg mocht dat huren met eigen inbreng qua stijl van het gebouw. Dat zie je goed terug in de gevels waar de Indische Jasmijn (Melati) in terug komt.
Er was wel wat te doen geweest over de naam die intern al gekozen was. In Nederlands-Indië hadden de ‘Rumah Melati’s’ een andere betekenis.
Onze intentie was dat het relateerde aan 15 augustus waar Melati symbool voor stond.
En dat dragen we ook uit.

De mensen die er kwamen wonen waren natuurlijk ontzettend zelfstandig.
Ze hadden hun eigen appartement tot beschikking, Nusantara was als zorg meer op de achtergrond aanwezig. Wel boden we verschillende activiteiten aan en was er een toko waar de mensen hun boodschappen konden doen in het gebouw.
Omdat het een nieuwbouw betrof, waren er weinig winkels in de buurt.
Maar naarmate de wijk groeide kwamen er steeds meer opties om je boodschapjes te doen en is de toko een beetje in de vergetelheid geraakt.
Later kwam er een vrouw in die het overnam en geregeld kookte voor de bewoners.

Nu hebben we de toko en keuken weer in eigen beheer en is ons keukenteam elke dag aanwezig om heerlijk te koken voor de bewoners.
Want de mensen die hier tien jaar geleden kwamen wonen, worden natuurlijk ook minder mobiel en hebben een grotere zorgbehoefte.
Die behoefte hebben we opgepikt en sinds drie jaar is er veel meer zorgpersoneel bij gekomen.
We zijn daar nu ook 24 uur per dag aanwezig en zodoende hebben de bewoners ook echt de kans om zo lang mogelijk thuis te wonen.

Hannie is een boegbeeld voor de organisatie geworden: Is er een vrijwilliger ziek? Hannie komt een bloemetje brengen. Zit je ergens mee? Hannie luistert. Heeft een bewoner behoefte aan een praatje? Hannie stelt zich te allen tijde beschikbaar voor een luisterend oor.
Alhoewel Hannie al een tijdje met pensioen mag, blijft ze zich als vrijwilligers coördinator inzetten voor de mensen die belangeloos hun tijd en liefde steken in onze fijne gemeenschap.
Hannie zegt dat ze ons nog niet kan missen, andersom geldt hetzelfde..
Hannie, jou kunnen we ook nog niet missen…