Mevrouw Moonen
Geboren 26-06-1932 te Pontiac-Borneo

Na de oorlog in 1955 zijn ze met de boot naar Brazilië vertrokken. Ze wilden eerst naar Australië maar dat lukte niet.
Ze hebben twee jaar in Brazilië gewoond voordat ze naar Holland zijn gegaan.
Een van haar dochters had een handicap, de medische zorg in Brazilië was niet optimaal. Vandaar dat ze toch besloten naar Nederland te gaan.

Voor mij zitten drie van de 5 dochters van Mevrouw Moonen en de enige zoon van het zestal kinderen van deze goedlachse vrouw.
Het gezelschap is net zo vrolijk en open als Mevrouw Moonen zelf.

Ze vertellen:
Onze moeder heeft een heel zware jeugd gehad. Het was te vergelijken met het sprookje “Assepoester” waarin mijn moeder de hoofdrol speelde. Thuis bij haar ouders was zij degene die verantwoordelijk was voor heel veel huishoudelijke klusjes, vanaf een heel jonge leeftijd.
Ze mocht haast niks van haar ouders. Ik weet nog dat ze vertelde dat ze als jong meisje een keer wilde gaan rolschaatsten, toen werden de wieltjes onder haar rolschaatsen vandaan gehaald.
Ze moest het huishouden doen, de kinderen verzorgen, koken, wassen, noem maar op. Haar moeder, onze oma was erg streng voor haar.
Op school kon ze niet meekomen omdat ze natuurlijk tot s ’avonds laat het huishouden moest doen en in de ochtend vroeg begon haar dagtaak weer voordat ze naar school ging.
Ze werd door de lerares als ‘dom’ bestempeld en toen ze thuis kwam kreeg ze natuurlijk ook weer op haar sodemieter omdat het op school niet lukte.
Ze heeft het niet makkelijk gehad, haar school heeft ze dan ook niet afgemaakt.

Op haar zestiende is ze getrouwd met onze vader. Hun ontmoeting was min of meer geregeld door haar ouders.
Onze vader was een vriend van de broer van mijn moeder. Een vriend van onze oom dus. En zo is mijn moeder met hem in contact gekomen, mijn moeder was zo verlegen en durfde niks. Doordat ze thuis zo kort werd gehouden was ze mensenschuw geworden.
Toen ze achttien was is haar eerste dochter geboren, dat was al heel vroeg. Tussen de twee oudste zussen was ook nog een jongen geboren. Dat broertje was al overleden in haar buik, ze heeft toen nog een tijd met een overleden kind in haar buik gelopen en moest hem levenloos op de wereld zetten.
Nee onze moeder heeft het echt niet makkelijk gehad. “Papa trouwens ook niet”…

‘Heeft jullie moeder wel steun aan jullie vader gehad’ vraag ik.

Niet echt, vertellen ze. Onze vader was heel militaristisch opgevoed. Hij kon niet praten en hij was ook een binnenvetter.
Ze hebben eigenlijk ook allebei geen liefde gekend.
Gelukkig hebben ze wel heel veel liefde kunnen geven aan ons. Dat was wel heel frappant, gezien hun jeugd. Wij stonden altijd voorop., ze hebben echt altijd klaar gestaan voor ons.
Ze hebben ons altijd bij elkaar gehouden, we moesten er altijd voor elkaar zijn.

Onze vader werkte, onze moeder bleef thuis voor ons. Af en toe verdiende ze wat bij met het schoonmaken van huisjes. Ze hebben het toen erg zwaar gehad, elk dubbeltje om moeten draaien maar wij zijn nooit wat tekort gekomen.
Als wij thuis kwamen van school stond er altijd chocolademelk en koekjes, Indische koekjes natuurlijk!
Ze stond van s ’ochtends vroeg tot s ’avonds laat in de keuken , als je binnen kwam dan rook je het al. “Hmm mam wat heb je nu weer gemaakt ”was het dan.
Met kerst en sinterklaas waren er altijd cadeautjes, gingen ze af en toe weer naar het pandjeshuis om geld te ontvangen voor de sieraden die zij dan inwisselden.
We hebben een ontzettend fijne jeugd gehad, veel liefde gekend en we kijken er met een glimlach op terug.

Toen kwam het moment dat onze vader slechter werd.
Hij kreeg Alzheimer en onze moeder kon de verzorging gewoon niet meer aan. Ook al wilde ze graag. Samen met de huisarts hebben wij ervoor gezorgd dat onze vader geholpen werd, het ging niet meer. Samen verhuizen naar een aanleunwoning wilde ze toen niet “oude bomen verplaats je niet” zei onze vader altijd.
Ze wilden in hun eigen woning samen oud worden maar onze vader ging dus opeens heel hard achteruit.
Door de Alzheimer begon hij agressief gedrag te vertonen en is hij gedwongen opgenomen.
Toen zijn ze eigenlijk uit elkaar getrokken en dat was erg heftig.

Wat vooral bij blijft, als we het over heftige momenten hebben, is toen hij daar in de gesloten inrichting zat.
Hij was altijd erg gesteld op zijn tuin en tuinieren, en toen ik met hem een rondje door de tuin van de inrichting liep zei hij: ‘Ik zie daar een deur in het hek! Ik ga eruit!’
Vervolgens begon hij aan de deur te rammelen en besefte hij dat hij er niet uit kon, opgesloten zat…
Dat deed zo verschrikkelijk veel pijn om dat te zien.
Het feit dat hij uit zijn eigen vertrouwde omgeving werd gehaald, niet wetende dat hij daar nooit meer terug zou komen, dat was echt zo zielig.
Sinds toen is hij ook steeds meer achteruit gegaan.

Hij is uiteindelijk in een verpleeghuis opgenomen en onze moeder is naar Patria (Nusantara) gegaan. Ze werd op een gegeven moment aan haar ogen geopereerd en moest ter revalidatie hier komen. Toen hebben we ervoor gezorgd dat ze hier kon blijven.
Mijn vader is twee maanden voor zijn overlijden ook hier komen wonen, maar hij was al zo ver heen dat wij denken dat hij het niet eens door had.
Mijn moeder was ergens in de veronderstelling dat zolang zij mijn vader maar eten en liefde gaf, hij er weer bovenop zou komen. Ze snapte het ziektebeeld niet goed.

Ze woont nu al een aantal jaar alleen hier, maar wij komen nog heel vaak langs.  Ergens stelt ze zich nog wel heel afhankelijk op naar ons. Ze kan ons niet missen zegt ze, ze heeft natuurlijk altijd heel veel mensen om zich heen gehad.
Ondanks dat heeft ze nu wel haar plekje gevonden hier. Ze is graag samen met de andere dames en we vinden haar de laatste tijd heel erg in positieve zin veranderd.
Ze wordt vooral erg vrolijk als ze wint met sjoelen haha… Ook komt het steeds vaker voor dat ze ons laat zitten omdat ze hier wat leuks te doen heeft. Dat is voor ons een teken dat ze het hier goed naar haar zin heeft.
Mama zit hier goed.